fiscusmeester.
Menu

Uitleg

Box 3: betaal alleen over wat je echt verdiende

De Belastingdienst rekent in box 3 met een vast rendement. Was je echte rente, dividend en koerswinst lager? Dan mag je je werkelijke rendement opgeven en betaal je minder. Een slecht beleggingsjaar kan zelfs nul belasting opleveren.

Voor wie

Spaarders met een lage rente en beleggers met een slecht jaar, vanaf belastingjaar 2021.

Let op

Ook koerswinst die je niet verzilverde telt mee. Kosten mag je niet aftrekken. Bewaar de jaaroverzichten van je bank en beleggingen.

Dit regel je zelf.

Wettelijke basis: art. 5.25 Wet IB, art. 5.26 Wet IB

Artikel 5.25 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 5.25 Tegenbewijsregeling 1 Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden lager is dan het voordeel uit sparen en beleggen, wordt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen in afwijking van artikel 5.1 gesteld op het werkelijke rendement van bezittingen en schulden, verminderd met de persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6). 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt het werkelijke rendement van bezittingen en schulden ten minste op nihil gesteld. 3 Het werkelijke rendement van bezittingen en schulden van een minderjarig kind wordt overeenkomstig artikel 2.15 toegerekend aan de ouder of ouders. 4 Indien de belastingplichtige het gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft of voor de toepassing van artikel 2.17 geacht wordt te hebben gehad, wordt het aan hem toegerekende gedeelte van het gezamenlijke werkelijke rendement van bezittingen en schulden bij hem in aanmerking genomen als het werkelijke rendement van bezittingen en schulden. Deze toerekening geschiedt naar rato van de voor de bepaling van het voordeel uit sparen en beleggen toegepaste toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen. 5 Het geza…

Officiële tekst, geldig vanaf 2026-02-21_0.

Artikel 5.26 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 5.26 Werkelijk rendement 1 Het werkelijke rendement van bezittingen en schulden is het gezamenlijke bedrag van alle voordelen die worden behaald met bezittingen en schulden. 2 De voordelen bestaan uit: a. de reguliere voordelen die worden getrokken uit bezittingen en schulden; en b. de vermogensaanwas van bezittingen en schulden. 3 Bij het bepalen van het werkelijke rendement van bezittingen en schulden zijn de artikelen 5.3, derde lid, onderdeel f, 5.10, onderdelen a en d, en 5.13 niet van toepassing, evenmin als hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AN, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001. 4 Bij het bepalen van het werkelijke rendement van bezittingen en schulden is artikel 5.12 uitsluitend van toepassing, indien het achterliggende vermogensbestanddeel, bedoeld in dat artikel, een banktegoed is als bedoeld in artikel 5.2, derde lid.

Officiële tekst, geldig vanaf 2026-02-21_0.

Wat levert het jou op?

De gratis check Box 3 terugvragen rekent het voor je uit, samen met alle andere manieren.

Start de gratis check