Investeringsaftrek: 28% extra aftrek op je investeringen
Koop je dit jaar spullen voor je bedrijf, zoals een laptop, gereedschap of een bus? Boven een kleine grens trek je 28% van het bedrag extra af van je winst, bovenop de afschrijving.
Voor wie
Ondernemers met investeringen van samen meer dan 2.900 euro in een jaar. Alleen spullen van 450 euro of meer per stuk tellen mee.
Let op
Verkoop je binnen vijf jaar bedrijfsmiddelen voor meer dan 2.900 euro? Dan tel je een deel van de aftrek weer bij je winst op.
Dit regel je zelf.
Wettelijke basis: art. 3.41 Wet IB, art. 3.45 Wet IB
Artikel 3.41 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.41 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 1 Indien in een kalenderjaar wordt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, en de belastingplichtige daarvoor bij de aangifte kiest, wordt een per onderneming op de voet van het tweede lid berekende kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ten laste gebracht van de winst over dat jaar. 2 Bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van: meer dan maar niet meer dan bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek – € 2.900 € 0 € 2.900 € 71.683 28% van het investeringsbedrag € 71.683 € 132.746 € 20.072 € 132.746 € 398.236 € 20.072 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 132.746 te boven gaat € 398.236 – € 0 3 Indien de onderneming van de belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer andere belastingplichtigen die daarbij winst uit onderneming genieten of belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, worden voor de toepassing van het tweede lid hun investeringen voor het samenwerkingsverband en de door de belastingplichtige voor de betreffende onderneming gedane buitenvennootschappelijke investeringen samengeteld en bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek het aldus op…
Officiële tekst, geldig vanaf 2026-02-21_0.
Artikel 3.45 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.45 Uitgesloten bedrijfsmiddelen voor investeringsaftrek 1 Voor de investeringsaftrek behoren niet tot de bedrijfsmiddelen: a. bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk te worden gebruikt: 1°. voor de uitoefening van het bosbedrijf als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, tenzij de voordelen daaruit volgens artikel 3.11, tweede lid, tot de winst behoren; 2°. voor het drijven van een onderneming, of een gedeelte van een onderneming, op de winst waarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is; b. gronden, met inbegrip van de ondergrond van gebouwen, met uitzondering van verbetering van grond indien de verbeteringskosten plegen te worden afgeschreven; c. woonhuizen en woonschepen, met inbegrip van de gedeelten van andere zaken die dienen voor bewoning; d. personenauto's als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, die niet zijn bestemd voor het beroepsvervoer over de weg; e. vaartuigen als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel b; f. effecten, vorderingen, goodwill alsmede vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aa…
Officiële tekst, geldig vanaf 2026-02-21_0.
Wat levert het jou op?
De gratis check Zzp en ondernemers rekent het voor je uit, samen met alle andere manieren.
Start de gratis check